De kwaliteit van de doelgerichte evaluatie gaat er op vooruit. Het leerplan is het sluitstuk van het onder de loep nemen van de evaluatiepraktijk in academies. Evaluaties worden breed, concreet en op maat van individuele leerlingen gesneden:

  • breed: het kader met de vijf rollen nodigt uit tot breder kijken naar de leerresultaten en naar het ontwikkelingsproces van leerlingen;
  • concreet: het leerplan biedt een generiek kader van 20 artistieke competenties en een brede set aan concrete leerdoelen. De open tekstvelden nodigen leraren/vakgroepen uit nog een stap verder te zetten in de richting van de concretisering van de reeds concrete leerdoelen;
  • op maat van leerlingen: het oog hebben voor de eigenheid van leerlingen en van hun unieke leertraject, -resultaat en -vorderingen verhoogt de onderwijskwaliteit.

De ontwikkelingsgerichte benadering van het DKO vertrekt van de beginsituatie van de leerlingen op het gebied van de vijf rollen en helpt elk leerling stappen te zetten in hun ‘zone van naaste ontwikkeling’. De zone van naaste ontwikkeling is de zone op de grens van wat een leerling kan en net niet kan. Opdrachten moeten net iets moeilijker zijn dan wat leerlingen kunnen. Noch te makkelijke oefeningen, noch te hoog gegrepen opdrachten hebben een leereffect.
Voor elk leerling wordt de lat steeds weer hoger gelegd, en het onderwijs is er op gericht om de competenties (van de vijf rollen) van elk leerling zo ver als mogelijk is te ontwikkelen.