In het dko leggen we de lat hoog voor alle leerlingen.
Daarbij houden wij wél rekening met grote verschillen in de profielen van dko-leerlingen:
– het grootste deel van de leerlingen blijft na de opleiding actief als amateur-kunstenaar. Gepersonaliseerde leerdoelen zijn het meest aangewezen;
– een kleiner aantal leerlingen mikt op een artistieke, professionele carrière na het dko. Wij ondersteunen hen om de vereiste beroepskwalificaties te halen;
– een beperkt aantal leerlingen zal doorstromen naar het hoger kunstonderwijs. Zij hebben het nodige talent, doorzettingsvermogen en motivatie om daarin te slagen. Wij bereiden hen voor om de vereiste eindcompetenties te halen.
Kortom: we leggen de lat hoog voor alle leerlingen, maar de hoogte bepalen we al naargelang het profiel van de leerling.
Onze aanpak voor een hoog technisch niveau
we gaan uit van de vaktechnische en didactische competenties en de beroepsfierheid van onze leraren;
we gaan uit van een generiek competentiekader dat verfijnd en geconcretiseerd wordt door het formuleren van ‘leerdoelen-geïnspireerd door het eigen A.P.P.. Door zélf de leerdoelen te formuleren verhogen we het eigenaarschap van leraren over het nastreven van leerdoelen.
we hanteren een didactische systematiek (zie hieronder.
we bouwen aan een kwaliteitscultuur (zie onder vraag 5).
Onze didactische aanpak kenmerkt zich door het volgende:
in een intake-gesprek bij het begin van de opleiding stellen wij motivatie, leerwensen en artistiek-technisch niveau vast;
we werken ontwikkelingsgericht: we vertrekken steeds van wat leerlingen kennen en kunnen én we geven opdrachten in hun zone van naaste ontwikkeling. De zone van naaste ontwikkeling is de zone op de grens van wat leerlingen kunnen en net niet kunnen. Opdrachten moeten net iets moeilijker zijn dan wat leerlingen kunnen. Noch te makkelijke oefeningen, noch te hoog gegrepen opdrachten hebben een leereffect;
voor elk leerling wordt de lat steeds weer hoger gelegd, en het onderwijs is er op gericht om alle artistieke competenties van leerlingen zo ver als mogelijk is te ontwikkelen;
al onze evaluaties zijn voedend in beide betekenissen van het woord: ze houden de motivatie om zich verder artistiek te ontwikkelen intact of vergroten die én ze geven leerlingen concrete aanwijzingen om een volgende stap te zetten in hun artistieke ontwikkeling.