Tot 1800 waren er min of meer vaste regels voor kunstenaars. Het waren handwerk-mannen die muziek schreven of een schilderij maakten in opdracht.

Daarna werden kunstenaars eigenzinnige figuren. De eigen expressie werd belangrijk. De autonome kunstenaar was volkomen vrij en aan niemand verantwoording verschuldigd. Kunstenaars kregen het verwijt zich teveel in hun eigen ivoren torens op te sluiten.

Van de kunstenaars van vandaag verwachten we dat ze hun autonomie gebruiken om ons meer alert te leren kijken en luisteren. Interessant aan hedendaagse kunst is dat je vaak niet meteen weet wat het betekent. Het leert ons om het eigen oordeel op te schorten. En dat is goed. Veel maatschappelijke narigheid komt voort uit gebrek aan twijfel om de eigen visie in vraag te stellen. We zijn vooral op zoek naar bevestiging van onze eigen mening.

Eigentijdse kunst spreekt registers aan die we zelden gebruiken. Het helpt ons om ons een andere wereld voor te stellen. Ons te dwingen om na te denken wie we zijn, en wat we willen worden.

Maarten Doorman schreef hierover een boeiend boek ‘De navel van Daphne. Over kunst en engagement’.

Daphne